Wat is het en wat is het niet?

Hoogbegaafdheid is wellicht een van de meest verkeerd begrepen termen uit onze moderne samenleving. Het begrip wordt snel geassocieerd met ‘heel slim’ zijn, met uitzonderlijke resultaten op school, met ronkende diploma’s die leiden naar tot de verbeelding sprekende jobs. De werkelijkheid is anders.

Hoogbegaafdheid is het verzamelwoord voor een aantal persoonskenmerken die maken dat iemand anders denkt en handelt dan de mensen rondom hem. Hoogbegaafdheid kan alleen al daarom meer problemen met zich meebrengen dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.

Hoogbegaafden denken niet alleen anders en sneller, ze voelen zich ook anders dan hun leeftijdsgenoten. Dat gevoel bekruipt hen al vaak bij hun eerste stapjes in de kleuterklas. In vele gevallen kan het een bron van problemen zijn: verveling, demotivatie, onderpresteren en opbouw van frustraties zijn maar een aantal frequent voorkomende moeilijkheden.

Hoewel mensen hun hele leven de gevolgen van hun hoogbegaafdheid ervaren, manifesteren deze zich het meest bij kinderen en jong volwassenen.

Exentra vzw heeft daarom haar kennis en ervaring rond het begeleiden van hoogbegaafde kinderen gebundeld. Deze kennis vormt de basis voor een breed dienstenpakket, dat ondertussen ook is uitgebreid naar hoogbegaafde volwassenen.

Veel gestelde vragen

Vanaf een IQ van 130 spreken we van hoogbegaafdheid. Dat IQ heeft een stevige invloed op het gedrag van de kinderen. Ze zijn kritisch, creatief, heel gevoelig en hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Hun bewustzijnsniveau ligt gewoon hoog en dat maakt de kans groot dat ze zich over alles zorgen maken.

Een getuigenis: Onbezonnen spelen. Dromen over de toekomst. Zich allerlei moois toewensen. Het zijn dingen die de zesjarige Lars veel minder doet dan zijn leeftijdsgenootjes. Omdat hij over alles zo diep nadenkt. Uitvinder, dat wil Lars later misschien wel worden, om een oplossing te kunnen vinden voor de opwarming van de aarde. Lars stelt zich ontelbare vragen. In de klas kijken ze soms naar Karrewiet, hij komt dan thuis met verhalen over IS en hij doet geen oog dicht ’s nachts. Hij is ook heel geïnteresseerd in het nieuws en probeert steeds oplossingen te vinden voor het onrecht. Alles wat Lars hoort of ziet, slaat hij op in zijn geheugen. Niets dan voordelen zou je denken, alleen legt hij zodanig veel linken dat hij zich geregeld angstig voelt. Zoals vorig jaar tijdens een reis naar Zweden. We namen de ferry terug naar het vaste land. Lars was op voorhand al angstig maar op de ferry kreeg hij een regelrechte paniekaanval. Pas achteraf zei hij waarom: we waren een jaar voordien gaan wandelen in Zeebrugge. Daar staat een gedenksteen voor de slachtoffers van de Herald of Free Enterprise. Lars had onthouden dat die boot gekapseisd was.

 

Heb je vragen hierover? Exentra helpt je graag verder op een van onze evenementen of via een kennismakingsgesprek.

Net als bij andere kinderen verschilt sociaal of niet sociaal zijn van mens tot mens. Hoogbegaafde kinderen lijken gewoon vaker asociaal omdat ze geïnteresseerd zijn in andere thema’s en zich vaak veel meer zorgen maken dan hun leeftijdsgenootjes. Bovendien vertellen ze grapjes die leeftijdsgenootjes vaak niet begrijpen. Als dit uitmondt in een isolement krijgen ze dikwijls onterecht de opmerking dat ze heel asociaal zijn en wordt soms ook al aan autisme gedacht … Langs de andere kant zien we ook hoogbegaafde kinderen die net heel sociaal zijn en zowel met jongere als oudere kinderen een praatje gaan slaan en de gangmaker zijn op ieder feestje.

Een getuigenis: Terwijl andere kinderen vooral ravotten tijdens de zomervakantie heeft de zevenjarige Laura 3 boeken gelezen, heeft ze het dinomuseum in Brussel bezocht en is ze op technologiekamp geweest. Het zijn misschien wel wat atypische activiteiten voor haar leeftijd, toch is dat volgens de ouders niet de reden waarom Laura soms asociaal lijkt. Laura ziet veel sneller gevaar dan andere kinderen. Zo wilde ze vroeger nooit op een springkasteel, zeker niet als er andere kindjes op zaten. Het kwam steeds over alsof ze niet wilde meedoen met de groep, maar ze voelde zich gewoon onveilig en schatte de situatie als onveilig in. Leerkrachten reageren in dergelijke situaties dan ook vaak verkeerd. Zo had Laura in het tweede kleuterklasje 2 goede vriendinnetjes en van de rest van de kinderen sloot ze zich af.  De juf begreep het niet en wilde haar stimuleren om met de andere kinderen in de klas te spelen. Ze kreeg stickertjes op haar handjes gekleefd als beloning dat ze ook met andere kindjes speelde. Maar dat had voor Laura een tegenovergesteld effect en ze vertrouwde haar juf niet meer.

 

Heb je vragen hierover? Exentra helpt je graag verder op een van onze evenementen of via een kennismakingsgesprek.

De meeste leerkrachten stoppen van nature uit veel meer energie in zwakke leerlingen, wat uiteraard absoluut noodzakelijk is. Vaak gaan ze ervan uit dat hoogbegaafde kinderen er zelf wel geraken.  Maar niets is minder waar want deze leerlingen hebben net bijkomende uitdaging en begeleiding nodig. Als ze deze niet krijgen, wordt hun honger om te leren niet gevoed en worden ze ziek van het dieet dat ermee gepaard gaat.

Hoogbegaafdheid kan je zien als een denktalent en net zoals een muzikaal getalenteerd kind een muziekleraar nodig heeft, en een kind dat goed kan tennissen of voetballen een goede coach behoeft, zo heeft ook een hoogbegaafd kind een goede leraar nodig.

 

Een getuigenis: In de kleuterklas was Jef ronduit ongelukkig. Hij kwam vaak wenend thuis van school, dat had alles te maken met het onbegrip van de leerkracht. Die had totaal geen aandacht voor zijn voorsprong. Toen de mama voorzichtig opperde dat Jef zich toch misschien wel verveelde en bijkomende uitdaging nodig had, stootte ze echter op een muur. Misschien leerde hij daarom zelf lezen in de derde kleuterklas. Om toch een uitdaging te hebben. Dat gebeurde zonder dat de ouders het wisten. Plots las hij hardop het woord slaapwandelen in een tijdschrift. In het eerste leerjaar veranderde Jef van school. Een Exentra-school waar ze wel aandacht hebben voor zijn voorsprong. In de klas krijgt hij differentiatie naar boven en enkele uren per week zit hij in een kangoeroeklasje samen met ontwikkelingsgelijken. Daar kunnen ze rustig werken aan leerinhouden die verder gaan dan de gewone leerstof. Sindsdien is Jef helemaal opengebloeid.

 

Heb je vragen hierover? Exentra helpt je graag verder op een van onze evenementen of via een kennismakingsgesprek.

Ook al zijn ze verstandig, ze halen niet altijd 10 op 10. In het lager onderwijs wordt de leerstof veel herhaald. Hoogbegaafde kinderen hebben snel het gevoel dat ze het al kennen. Ze vervelen zich, raken verstrooid en luisteren niet meer. Ze maken fouten uit desinteresse.

Een getuigenis: In het eerste leerjaar was het voor de leerkracht nog zoeken hoe ze met Saar moest omgaan. Al snel bleek dat herhaling niet de juiste piste was. De kindjes kregen kaartjes met een som op de ene zijde en de oplossing op de andere. De mama herhaalde en oefende dit elke dag samen met Saar. Een echte nachtmerrie: ze werd onhandelbaar. Na verloop van tijd maakte ze ook veel fouten. Ze wist perfect de oplossing maar haar aandacht was gewoon weg. Saar wil ook niet per se de beste zijn in alles. Ze heeft de neiging om haar niveau aan te passen aan de andere leerlingen. Voor ze naar school ging kon ze al heel goed praten. Tijdens de kleuterklas begon Saar plots een babytaaltje te brabbelen. Bij Arthur (5 jaar), het broertje van Saar, is het net omgekeerd. Hij legt de lat ontzettend hoog, maar kampt daardoor met faalangst. De eerste keer dat hij op een fietsje kroop is hij meteen gevallen. Hij heeft het jaren niet meer willen doen. Pas na lang observeren voelde hij zich zeker genoeg om het opnieuw te proberen. Dat was vorige maand en hij is meteen 5 km met ons mee gefietst.

 

Heb je vragen hierover? Exentra helpt je graag verder op een van onze evenementen of via een kennismakingsgesprek.

Ook al zijn ze verstandig, ze halen niet altijd 10 op 10. In het lager onderwijs wordt de leerstof veel herhaald. Hoogbegaafde kinderen hebben snel het gevoel dat ze het al kennen. Ze vervelen zich, raken verstrooid en luisteren niet meer. Ze maken fouten uit desinteresse.

Als hoogbegaafdheid ter sprake komt, wordt al gauw aan wonderkinderen gedacht: zo’n Einstein waarvan er elke eeuw wel eentje wordt geboren.

De werkelijkheid is echter helemaal anders. Wist je dat in een klas van 25 kinderen gemiddeld genomen één hoogbegaafde leerling te vinden is? Dit betekent dat in een school met 300 leerlingen al snel een twaalftal hoogbegaafde kinderen zitten. Veel vaker voorkomend dus dan spontaan gedacht! Als je kind hoogbegaafd blijkt, is het dus absoluut niet die grote uitzondering. Integendeel we streven er vanuit Exentra juist naar om hoogbegaafdheid als de normaalste zaak van de wereld te zien en niet als uitzonderlijk of speciaal. Er zijn immers kinderen die snel kunnen lopen, anderen die mooi kunnen tekenen, nog anderen die prachtig kunnen zingen. Een hoogbegaafd kind kan snel denken. Iedereen is duidelijk anders, en dus uniek en dat mag!

 

Heb je vragen hierover? Exentra helpt je graag verder op een van onze evenementen of via een kennismakingsgesprek.

Ook al zijn ze verstandig, ze halen niet altijd 10 op 10. In het lager onderwijs wordt de leerstof veel herhaald. Hoogbegaafde kinderen hebben snel het gevoel dat ze het al kennen. Ze vervelen zich, raken verstrooid en luisteren niet meer. Ze maken fouten uit desinteresse.

Als hoogbegaafdheid ter sprake komt, wordt al gauw aan wonderkinderen gedacht: zo’n Einstein waarvan er elke eeuw wel eentje wordt geboren.

Voor heel wat hoogbegaafde kinderen kan versnellen een oplossing zijn. Voor anderen dan weer net helemaal niet. Het zijn experten in het domein van hoogbegaafdheid die moeten bekijken of versnellen al dan niet een optie is voor een kind of jongere. Belangrijk is te melden dat een versnelling steeds een tijdelijke oplossing is. Dit betekent dat een kind door te versnellen tijdelijk meer uitdaging heeft omdat gemiste leerstof moet ingehaald worden. Op een bepaald moment is ook deze uitdaging weg, is het kind terug mee met de leerstof en is er opnieuw nood aan meer uitdaging. Dit betekent dat de school zich er bewust van moet zijn dat na een versnelling ook een verbredingstraject dient te volgen. Dit verbredingstraject bestaat in eerste instantie uit het aanbieden van differentiatie naar boven waarbij makkelijke oefeningen vervangen worden door moeilijkere. In tweede instantie dient nadien overwogen te worden of de leerling al dan niet moet toetreden tot de zogenaamde kangoeroeklas of plusklas.

Het is ook van belang te weten dat versnellen een ingreep is die bij eenzelfde kind niet te vaak kan plaatsvinden. Eén jaar versnellen en bij hoogste nood een tweede versnelling doorvoeren, kan een mogelijkheid zijn maar is eerder de uitzondering dan wel de regel.

Een laatste maar daarom niet minder belangrijk aspect is het feit dat versnellingen niet enkel een cognitieve impact hebben, maar vooral een effect sorteren op sociaal-emotioneel vlak. Ook hoogbegaafde kinderen hebben nood aan ontwikkelingsgelijken en deze zijn niet altijd te vinden onder leeftijdsgenoten. Een versnelling kan deze behoefte invullen en dit is een effect dat vaak vele jaren zijn positieve gevolgen heeft voor het kind.

 

Heb je vragen hierover? Exentra helpt je graag verder op een van onze evenementen of via een kennismakingsgesprek.

Om onderwijs aan te passen aan de noden van een hoogbegaafde leerling zijn er twee onderwijsinterventies nodig: binnenklasdifferentiatie naar boven en kangoeroe- of pluswerking.

Binnen onderwijs leeft geregeld de tendens om te differentiëren ‘naar beneden’ bij zwakkere leerlingen, terwijl sterkere leerlingen veel meer met rust gelaten worden. Ze worden daardoor minder bijgestuurd in hun werkhouding en moeten minder inspanning leveren. Hoogbegaafde leerlingen bevinden zich met andere woorden in een comfortzone. De moeilijkheidsgraad van de basisleerstof is echter ontoereikend om deze leerlingen te leren zich in te spannen en te leren omgaan met het maken van fouten. Het aanwezige potentieel wordt bijgevolg te beperkt aangesproken waardoor de werk- en studiehouding onvoldoende wordt ontwikkeld en bijgestuurd.

Om elementaire vaardigheden zoals werkhouding en taakspanning te kunnen ontwikkelen en te laten groeien hebben ook hoogbegaafde leerlingen gerichte onderwijsaanpassingen nodig. De basisleerstof moet ingedikt worden door middel van beperkte instructie en het schrappen van reeds gekende leerstof. In de plaats wordt op een  verplichtende manier ‘ander werk’ aangeboden met een hogere moeilijkheidsgraad, zodat zij ook de mogelijkheid krijgen om te leren een inspanning te leveren en te leren falen.

Differentiatie naar boven alleen is voor hoogbegaafde leerlingen nog ontoereikend, waardoor ze deels op hun leerhonger blijven zitten. De uitbouw van een kangoeroeklas is voor deze leerlingen dan ook een noodzaak. Het biedt de hoogbegaafde leerling de mogelijkheid om ontwikkelingsgelijken te ontmoeten, waarmee vragen, zorgen en interesses gedeeld kunnen worden. In de kangoeroeklas wordt gewerkt aan werkhouding zoals het planmatig leren werken, structuur leren aanbrengen, doorzetten, omgaan met frustraties en zo meer. Tot slot is het van groot belang dat de kangoeroeklas de studiehouding en bijhorende vaardigheden optimaliseert.

 

Heb je vragen hierover? Exentra helpt je graag verder op een van onze evenementen of via een kennismakingsgesprek.

Om onderwijs aan te passen aan de noden van een hoogbegaafde leerling zijn er twee onderwijsinterventies nodig: binnenklasdifferentiatie naar boven en kangoeroe- of pluswerking.

Binnen onderwijs leeft geregeld de tendens om te differentiëren ‘naar beneden’ bij zwakkere leerlingen, terwijl sterkere leerlingen veel meer met rust gelaten worden. Ze worden daardoor minder bijgestuurd in hun werkhouding en moeten minder inspanning leveren. Hoogbegaafde leerlingen bevinden zich met andere woorden in een comfortzone. De moeilijkheidsgraad van de basisleerstof is echter ontoereikend om deze leerlingen te leren zich in te spannen en te leren omgaan met het maken van fouten. Het aanwezige potentieel wordt bijgevolg te beperkt aangesproken waardoor de werk- en studiehouding onvoldoende wordt ontwikkeld en bijgestuurd.

Om elementaire vaardigheden zoals werkhouding en taakspanning te kunnen ontwikkelen en te laten groeien hebben ook hoogbegaafde leerlingen gerichte onderwijsaanpassingen nodig. De basisleerstof moet ingedikt worden door middel van beperkte instructie en het schrappen van reeds gekende leerstof. In de plaats wordt op een  verplichtende manier ‘ander werk’ aangeboden met een hogere moeilijkheidsgraad, zodat zij ook de mogelijkheid krijgen om te leren een inspanning te leveren en te leren falen.

Als hoogbegaafde wijk je sterk af van het gemiddelde, zowel in ‘denken’ als in ‘zijn’.

Vanuit het ‘denken’ zijn de uitgesproken intelligentie, de creativiteit in (divergent) denken en de sterke motivatie (voornamelijk voor zaken die de interesse wekken), de motor voor de leerhonger die aanwezig is.

Naast het cognitieve aspect speelt ook een rol wat het betekent om hoogbegaafd te zijn. In het ‘zijn’ ervaart een hoogbegaafde al van jongs af aan het gevoel ‘anders’ te zijn. Zijn uitgesproken rechtvaardigheidsgevoel, zijn kritische instelling, zijn gevoeligheid en zijn drang om de lat voor zichzelf hoog te leggen (wat niet zelden tot perfectionisme leidt) liggen hier mee aan de basis van. Het feit hoogbegaafd te zijn vertaalt zich in een versterkt bewustzijn waar de hoogbegaafde zijn leven lang de effecten van ervaart.

 

Een getuigenis: Zita is een meisje van drie dat vrolijk naar de kleuterschool gaat. Na een aantal weken vertelt ze aan haar mama dat de kindjes van haar klas niet alles begrijpen wat de juf uitlegt. Zita benadrukt dat ze dit vreemd vindt want zij ervaart dat zijzelf altijd goed begrijpt wat de juf zegt. Ze vindt dit erg raar en vraagt meerdere malen aan haar mama of zij misschien weet hoe dat komt. De mama probeert er wat om heen te praten maar Zita geeft niet op. Ze draagt allerlei argumenten aan waarmee ze haar mama te kennen geeft dat ze naar een antwoord zoekt. Weet je mama, de kindjes van mijn klas begrijpen mijn grapjes niet, ik gebruik woorden die ze niet begrijpen want als ik vraag wat het tegengestelde is van groot dan krijg ik geen antwoord. De kindjes kijken me aan en lopen stilletjes weg. Weet je echt niet hoe dit komt mama? Toen de mama begreep dat Zita echt wel zoekende was heeft ze haar mooi uitgelegd dat iedereen verschillend is. Dat sommige kindjes mooi kunnen tekenen en anderen niet, sommigen kunnen hard lopen en anderen niet, sommigen zijn groot en anderen klein. Sommigen kunnen snel denken en anderen niet en nog anderen kunnen mooi zingen terwijl andere kindjes er niet zo sterk in zijn. Mama vertelde dat iedereen verschillend is en dat dit geen enkel probleem hoeft te zijn. Toen Zita in het tweede leerjaar zat, keek ze naar Karrewiet en was er toevallig een reportage over hoogbegaafde kinderen. Ze veerde recht en zei: ‘Mama dat heb ik ook!’. Een brede lach verscheen op haar gezicht en spontaan zei Zita: ‘Mama dan ben ik toch normaal!’.

 

Heb je vragen hierover? Exentra helpt je graag verder op een van onze evenementen of via een kennismakingsgesprek.

Om onderwijs aan te passen aan de noden van een hoogbegaafde leerling zijn er twee onderwijsinterventies nodig: binnenklasdifferentiatie naar boven en kangoeroe- of pluswerking.

Binnen onderwijs leeft geregeld de tendens om te differentiëren ‘naar beneden’ bij zwakkere leerlingen, terwijl sterkere leerlingen veel meer met rust gelaten worden. Ze worden daardoor minder bijgestuurd in hun werkhouding en moeten minder inspanning leveren. Hoogbegaafde leerlingen bevinden zich met andere woorden in een comfortzone. De moeilijkheidsgraad van de basisleerstof is echter ontoereikend om deze leerlingen te leren zich in te spannen en te leren omgaan met het maken van fouten. Het aanwezige potentieel wordt bijgevolg te beperkt aangesproken waardoor de werk- en studiehouding onvoldoende wordt ontwikkeld en bijgestuurd.

Om elementaire vaardigheden zoals werkhouding en taakspanning te kunnen ontwikkelen en te laten groeien hebben ook hoogbegaafde leerlingen gerichte onderwijsaanpassingen nodig. De basisleerstof moet ingedikt worden door middel van beperkte instructie en het schrappen van reeds gekende leerstof. In de plaats wordt op een  verplichtende manier ‘ander werk’ aangeboden met een hogere moeilijkheidsgraad, zodat zij ook de mogelijkheid krijgen om te leren een inspanning te leveren en te leren falen.

Als hoogbegaafde wijk je sterk af van het gemiddelde, zowel in ‘denken’ als in ‘zijn’.

Vanuit het ‘denken’ zijn de uitgesproken intelligentie, de creativiteit in (divergent) denken en de sterke motivatie (voornamelijk voor zaken die de interesse wekken), de motor voor de leerhonger die aanwezig is.

Naast het cognitieve aspect speelt ook een rol wat het betekent om hoogbegaafd te zijn. In het ‘zijn’ ervaart een hoogbegaafde al van jongs af aan het gevoel ‘anders’ te zijn. Zijn uitgesproken rechtvaardigheidsgevoel, zijn kritische instelling, zijn gevoeligheid en zijn drang om de lat voor zichzelf hoog te leggen (wat niet zelden tot perfectionisme leidt) liggen hier mee aan de basis van. Het feit hoogbegaafd te zijn vertaalt zich in een versterkt bewustzijn waar de hoogbegaafde zijn leven lang de effecten van ervaart.

 

We geven je hierbij graag de meest voorkomende redenen om je kind te laten testen op hoogbegaafdheid:

  • Sommige scholen zijn pas bereid de nodige onderwijsinterventies voor je kind te starten als ze overtuigd worden met een testresultaat.
  • Een test is ook nuttig voor ouders die erg twijfelen aan de hoogbegaafdheid van hun kind. In die gevallen kan een onderzoek verhelderend werken. Je krijgt inzicht in het functioneren van je kind op verschillende vlakken. Het doel van de testing is niet om een label te verkrijgen maar wel om je kind op een andere en meer adequate manier te begeleiden.
  • De ontwikkeling van je kind loopt niet vlot en je moet nagaan of hoogbegaafdheid mee aan de basis ligt.
  • Wanneer een vermoeden bestaat van een dubbeldiagnose. Een kind kan bijvoorbeeld dyslexie of autisme spectrum stoornis hebben, in combinatie met hoogbegaafdheid. De aanpak voor je kind zal op school anders moeten zijn dan wanneer er geen sprake is van (hoog)begaafdheid.
  • Om misdiagnoses te vermijden vermits sommige hoogbegaafde kinderen een gedrag kunnen vertonen dat kenmerken heeft van autisme spectrum stoornis of AD(H)D terwijl dit helemaal niet aan de orde is.

Testen is niet altijd noodzakelijk maar spijtig genoeg wijst onze jarenlange expertise uit dat een test voor heel wat ouders nodig is om de ogen te openen en te beseffen dat er werk aan de winkel is om het potentieel dat hun kind bezit ook tot ontwikkeling te laten komen. Ouders die niet tot een testing overgaan missen daardoor opvoedkundig vaak de juiste aanpak en dat is meer dan jammer!

 

Heb je vragen hierover? Exentra helpt je graag verder op een van onze evenementen of via een kennismakingsgesprek.

Hoogbegaafde kinderen kunnen vreemd genoeg in de knoop raken met rekenen. Vaak hebben ze zichzelf reeds op jonge leeftijd spelenderwijs een aantal wiskundige inzichten eigen gemaakt. Ze goochelen met getallen om tot een oplossing te komen en zijn vaak geboeid door het spelen met getallen. Eens de echte rekenles in het eerste leerjaar aan de orde is, worden vaste rekenstrategieën aangeleerd en heel wat tussenstappen verwacht. Voor sommige hoogbegaafde kinderen lijkt het net hetzelfde of ze kunnen al lezen en plots wordt hen het alfabet aangeleerd. Het gebeurt vaker dat een aantal hoogbegaafde kinderen in de knoop geraken met rekenen door tussenstappen die opgelegd worden maar die ze niet meer nodig hebben. Daardoor laten ze hun denken los op technieken die voor hen geen verband houden met het vinden van de oplossing. Hierdoor maken ze vreemde constructies in hun tussenstappen terwijl de uitkomst van de oefening wel juist is. Wanneer de leerkracht een oefening fout aanrekent omdat de tussenstappen ontbreken of fout zijn ingevuld (ook al is de uitkomst correct), raken hoogbegaafde kinderen compleet in de war. Ze zien hun zelfvertrouwen kelderen en zijn er heel snel zeker van dat ze niet kunnen rekenen. Ze verliezen de moed, raken gedemotiveerd en ervaren elke rekenles als een kwelling.

 

Heb je vragen hierover? Exentra helpt je graag verder op een van onze evenementen of via een kennismakingsgesprek.

Hoogbegaafdheid kan zich op verschillende manieren uiten. Daarom kiezen we telkens voor een andere aanpak:

Voor kinderen en hun ouders

Hoe identificeren we de hoogbegaafdheid en hoe begeleiden we kinderen en hun ouders om te zorgen dat typische problemen kunnen worden opgevangen en omgedraaid zodat de hoogbegaafdheid ten volle kan benut worden?

Voor jongeren

Hoe helpen we jongeren om de noden en valkuilen van hoogbegaafdheid te vermijden en zichzelf verder te ontplooien?

Voor bedrijven

Wij helpen bedrijven om hun hoogbegaafde werknemers te herkennen en rijken hulpmiddelen aan om het potentieel van deze mensen volledig te benutten.

Voor volwassenen

Hoogbegaafde volwassenen zitten frequent met vragen over zichzelf. Faalangst en perfectionisme zorgen er vaak voor dat ze in overdrive gaan en niet altijd even vlot uitdagingen aannemen. Wij helpen hen die drempels te overwinnen.

Voor scholen en CLB’s

Scholen en CLB zijn naast de ouders het nauwst betrokken bij de opvoeding & opleiding van kinderen en jongeren. Statistisch is er bovendien bijna in elke klas wel een hoogbegaafd kind. Wij begeleiden de medewerkers van scholen en CLB’s om ook voor deze kinderen de gepaste begeleiding te voorzien.

Meer info?

Neem contact op met ons via het contactformulier!