Voor kinderen en hun ouders

Hoe kunnen we te werk gaan?

Is mijn kind hoogbegaafd?

Hoogbegaafdheid is een kei in zich verstoppen. Daarom is hoogbegaafdheid voor mensen die er niet dagelijks mee te maken hebben zeer moeilijk te herkennen. 

Soms vermomt hoogbegaafdheid zich als het tegenovergestelde: kinderen leren moeilijk de tafels van buiten, het lezen van de klok wil maar niet lukken, spelfouten blijven terugkomen…

Soms maakt hoogbegaafdheid zich onzichtbaar. De kinderen doen het goed in de klas, maar luieren wat in hun comfortabele hangmat en ontbreken een (juiste) werkhouding.

Hoogbegaafdheid is bij elk kind uniek. Checklijsten en algemene regels helpen niet. Er bestaat geen vragenlijst die je kan invullen en die je op het einde vertelt of je kind hoogbegaafd is of niet. Enkel aangepaste testen geven echt uitsluitsel. Het is dus niet te verwonderen dat de meerderheid van de kinderen en volwassenen ook vandaag nog niet weten dat ze hoogbegaafd zijn.

Antwoord: niet altijd…

De praktijk leert ons dat mensen die op onze site terechtkomen vaak op zoek zijn naar een oplossing voor een bepaald probleem waar zij mee worstelen, een probleem dat mogelijk kan worden verklaard vanuit hoogbegaafdheid.

In dat geval is het belangrijk om te weten of je kind hoogbegaafd is. Alleen op die manier kan je, indien nodig, de hulp van Exentra vzw inroepen om het probleem aan te pakken.

Dit is het eerste gevoel dat bij 99% van de ouders opduikt wanneer hoogbegaafdheid ter sprake komt.

De vertaling van dit gevoel is “Ik DURF mijn kind niet te laten testen!”

Dat gevoel is perfect te verklaren. Vaak gaat het niet goed op school en/of thuis. Het kind toont zich verre van een Einstein of een Mozart met een bijzondere gave, wat automatisch verwacht wordt bij de term ‘hoogbegaafdheid’.

We weten uit ervaring dat de grootste drempel voor ouders schuilt in de ‘wat als’ –vraag. ‘Wat als’ mijn kind niet hoogbegaafd blijkt? Kom ik dan niet over als een verwaande ouder? Waar haal ik het lef vandaan om te denken dat mijn kind hoogbegaafd zou kunnen zijn?

We kennen het gevoel en hebben er alle begrip voor.

Het merendeel van de ouders die bij Exentra terecht komen voelen dezelfde terughoudendheid. Laat dit gevoel je niet tegenhouden. De associaties waar je voor vreest zijn wel het laatste waar onze experten aan denken als een kind niet hoogbegaafd blijkt te zijn. In alle eerlijkheid voelen zij dan vooral een geruststelling, want één mogelijke verklaring voor de problemen is alvast uitgesloten.

Bij Exentra vzw worden de testen afgenomen door experten in hoogbegaafdheid. Hoogbegaafdheid slaagt erin om zich niet alleen voor de omgeving verborgen te houden, ook standaard intelligentietesten zijn – zeker bij kinderen – niet altijd effectief in het opsporen ervan.

Specialisten met ervaring in hoogbegaafdheidsonderzoek weten hoe ze kinderen op hun gemak kunnen stellen en vertrouwen kunnen geven om tot een betrouwbaar resultaat te komen.

Meer informatie over:

Totale (hoog)begaafdheidstest

Hoe kan ik mijn kind zo goed mogelijk helpen?

Vaak volstaat een gesprek. Ouders hebben dan voldoende informatie om zelf op weg te gaan.

Soms ligt de hoogbegaafdheid aan de basis van specifieke leer- of sociale problemen. In dat geval is extra hulp nodig. Deze hulp komt dan best van mensen die gespecialiseerd zijn in hoogbegaafdheid en vertrouwd zijn met de problemen en de aanpak.

Afhankelijk van de specifieke aandachtspunten werken de specialisten van Exentra vzw een oplossing op maat uit. De experten van Exentra vzw beschikken over een uitgebreide kennis en kunnen ook terugvallen op een brede ervaring.

Op basis van die ervaring heeft Exentra vzw een aantal hulpmiddelen ontwikkeld die aan heel wat aandachtspunten tegemoet kunnen komen.

Enkele voorbeelden zijn:

Bekijk onze agenda voor een volledig overzicht.

Een duwtje in de rug nodig op school?

Hoogbegaafdheid bij kinderen

Op een zomerse avond zitten we met de collega’s op een terrasje en zoals gewoonlijk gaat het er geanimeerd aan toe. “Wat doen jullie voor werk?” vraagt het meisje dat onze drankjes brengt nieuwsgierig. Even valt er een wat onwennige stilte. Op een of andere manier ervaren wij allemaal, of we nu al heel lang of nog maar kort professioneel bezig zijn met hoogbegaafdheid, een zekere terughoudenheid als we buiten de professionele sfeer vertellen over ons werk. Dat komt wellicht omdat we de stilte die meestal volgt als het woord ‘hoogbegaafd’ dan toch valt, voor willen zijn. Het heeft helemaal niets te maken met een gebrek aan beroepseer maar de ongelovige blikken (‘Hoogbegaafd? Komen jullie van Mars ofzo?’) en lacherige opmerkingen (‘Hoogbegaafd, nou nou…’) zorgen ervoor dat we soms echt even geen puf meer hebben om voor de zoveelste keer uit te leggen wat hoogbegaafd zijn nu echt betekent. Helaas voor de andere mensen die op het terras wachten om bediend te worden, zitten we echter al snel op ons stokpaardje (en dan zijn we niet meer te houden, vraag maar aan onze moegetergde huisgenoten).

Als zelfs wij professionals eerst toch nog altijd wat terughoudend zijn, zegt dat natuurlijk wel heel veel over hoe er maatschappelijk nog steeds op hoogbegaafdheid wordt neergekeken. En dus begrijpen we ook dat sommige ouders ons enerzijds om hulp komen vragen maar anderzijds niet willen dat de school of hun omgeving te weten komt dat hun kind hoogbegaafd is. Of dat sommige ouders wel aanvoelen dat het belangrijk is om de hoogbegaafdheid van hun kind te erkennen maar eigenlijk toch ook weer niet willen dat hun kind zelf weet dat het hoogbegaafd is. Talloze voorbeelden van hoe gevoelig het thema is, hebben wij in de loop der jaren verzameld en hoewel er al ontzettend veel stappen vooruit zijn gezet, blijven de misverstanden en het onbegrip rondom hoogbegaafdheid nog volop bestaan. Dat dit niet in het voordeel is van hoogbegaafde mensen spreekt voor zich.

Vooral binnen het onderwijs krijgen hoogbegaafde kinderen en jongeren nog lang niet altijd en overal een aangepast traject, laat staan een respect- of begripvolle benadering. Nog steeds wint de gedachte dat dit uiteindelijk overbodig of toch in elk geval geen prioriteit is. Maar waarom is het zo moeilijk te begrijpen of te accepteren dat kinderen met veel sterkere cognitieve capaciteiten en een sterker bewustzijn dan de meeste van hun leeftijdgenoten absoluut nood hebben aan aangepaste leerstof en begeleiding, willen we van hen evenwichtige en tevreden volwassenen maken? Wat we voor de veel zwakkere kinderen overigens heel terecht en heel normaal vinden… Het recente M-decreet dat in Vlaamse scholen op dit moment voor heel wat reorganisatie zorgt omdat het wettelijk voorziet in inclusief onderwijs voor kinderen met een beperking, of eigenlijk voor kinderen ‘met bijzondere noden’, is daar een nieuw voorbeeld van. Zoals het er nu naar uitziet, valt hoogbegaafdheid niet binnen deze context en blijft het aan de scholen zelf om te bepalen of ze nu al dan niet ook iets meer werk willen maken van degelijk onderwijs voor hun sterke en heel sterke leerlingen. Gelukkig doen scholen dat wel steeds meer. Soms spontaan (zo’n 2 à 3% van hun leerlingen is toch echt hoogbegaafd realiseren ze zich meer en meer), vaker omdat ze opeens met een bepaalde hoogbegaafde leerling echt geen kant meer op kunnen, komen ze dan bij ons terecht voor een uitgebreide opleiding die van hen behalve een vriendelijke school voor bijna iedereen, uiteindelijk ook een hoogbegaafdheidsvriendelijke school maakt. Via de zogenoemde Exentra-opleidingen voor scholen bereiken we heel veel kinderen en volwassenen tegelijk waardoor we ook maatschappelijk weer meer beweging in de materie krijgen. Kwestie van uiteindelijk niemand nog te lang op een drankje te hoeven laten wachten…

Advies en begeleiding voor ouders.

Willen hoogbegaafde kinderen zelf presteren?

Nieuwsberichten